woensdag 22 maart 2017

Zeezicht en Nuenen

Vandaag hadden exposities in het Rijks en het Stedelijk in Amsterdam mijn belangstelling.

In het Rijks Museum bezocht ik Goede Hoop, een confronterende tentoonstelling, samengesteld door Adriaan van Dis. Aan de hand van foto's, brieven, literatuur en allerlei parafernalia illustreert hij de kwalijke rol van Nederland als kolonisator van Zuid-Afrika gedurende meer dan vierhonderd jaar. Deze pikzwarte bladzijde uit het verleden van Nederland krijgt in geen enkel geschiedenisboek de aandacht die het verdient.

Het Stedelijk Museum presenteert een overdadige overzichtstentoonstelling van het werk van Ed van der Elsken. Allemaal gesneden koek.


Letterlijk daar tussenin stapte ik even het Van Gogh  binnen, nieuwsgierig naar de vraag hoe Zeezicht bij Scheveningen en Het uitgaan van de Hervormde Kerk te Nuenen er bij zouden hangen. Deze in 2002 geroofde schilderijen van Vincent van Gogh werden onlangs op wonderlijke wijze teruggevonden in een schuur van de ouders van een Napolitaanse drugsbaron van de Camorra. 


Diefstal en Vondst worden vanaf vandaag in een minitentoonstelling in het Van Gogh uitvoerig uiteengezet.



En daar hingen ze, de beide kleine paneeltjes, aan een wandje dat symbolisch in het verlengde is neergezet van het destijds vermorzelde raam via welke deze in 2002 het Van Gogh onwetmatig verlieten. Op de foto hierboven zien we het betreffende raam pal achter de bewakingscamera die boven de derde witte pilaar van rechts op de dakrand is aangebracht. 



Zo rommelig het oogt, zo rommelig het was. 






maandag 13 maart 2017

Deventer


Op weg naar de expositie De vroege Van Gogh in het Kröller-Müller moest ik in Deventer een kleine twintig minuten wachten op de overstap naar Apeldoorn.

Het uit begin vorige eeuw daterend station met monumentaal interieur van geglazuurd gele baksteen, turquoise tegeltjes, sierlijke, functionele teksttableaus en glanzend gelakt houten meubilair heeft de tand des tijds wonderlijk mooi doorstaan. 

Maar toch. Ook hier hebben de loketten plaats gemaakt voor landelijk opererende middenstand. In Deventer heeft een AH to go er bezit van genomen. 




Ik ging er binnen. De enige aanwezige was de caissière. Ze vulde vakken.

De broodjesafdeling had mijn aandacht. Met een saucijzenbroodje liep ik naar de kassa, waar zojuist een jongeman op af was gesneld.

Op de zakelijke vraag van de vriendelijke caissière waarmee ze hem van dienst kon zijn antwoordde hij: ‘Condooms’ en knikte daarbij naar een blauw doosje met vijf stuks Durex Extra Safe, dat tussen de rookwaren achter de balie was weggestopt. Hoe dan ook, de caissière had aan een half woord meer dan genoeg.

‘Een fijne dag!’ wenste ze de jongeman toe toen deze de winkel met dezelfde haast verliet als die waarmee hij deze was binnen gekomen.

'Dat zal wel lukken met die aanschaf’, fluisterde ik de caissière met een knipoog schalks toe. Met haar subtiele glimlach leek ze in te stemmen met mijn veronderstelling.

En daar sta je dan, op een willekeurige zaterdagmorgen in de AH to go van het station van Deventer, anderman’s intieme voornemens vluchtig te delen met zo maar een winkelmeisje.

Bij het afrekenen van mijn saucijzenbroodje stopte ze me met fijne humor 'Een fijne dag !’ toe.

'Dat zal wel lukken met deze aanschaf,’ vertrouwde ik haar toe en ik vervolgde mijn weg.

Op naar Van Gogh.

donderdag 2 februari 2017

Autowasstraat


Met de voorkant er in, dan komt die er ook met de voorkant weer uit. Je zou hem er natuurlijk ook achterwaarts in kunnen rijden. Dan word je in ieder geval niet geconfronteerd met die dreigende, metersbrede heteluchtdroger die aan het eind van het wasprogramma traag en schoksgewijs, uiteindelijk toch nog voor de voorruit wijkt. Mijn 404 laat ik tegenwoordig mooi in zijn eentje op de kettingbaan van de autowasstraat. Bij eerdere gelegenheden gutste het water via het ferm gesloten schuifdak desondanks royaal over me heen. Rubbers van zesenvijftig jaar oud. Dat wil dan wel.


Hierboven het moment waarop de 404 de wasstraat in wordt getrokken. Het romige sop, de gretige, blauwe borstels en het wassende water doen hun werk. Geluiden van deze bedrijvigheid, die horen we niet, maar deze beloven veel. 

Dat zien we hier:


De heteluchtdroger bevindt zich inmiddels veilig boven het dak. Een geruststellende constatering. De achteruitkijkspiegels, maar ook de sierstrips aan beide zijden blijken het mechanisch geweld van de wasstraat ongeschonden te hebben doorstaan. Nog even en de 404 rolt mooi en schoon van de baan. 

In glanzend turquoise rijd ik verder van waar ik was.

woensdag 21 december 2016

De Pintelier



Café De Pintelier in de Kleine Kromme Elleboog in Groningen werd onlangs door Misset Horeca uitgeroepen tot het tweede beste café van Nederland. Bierbeleving op z’n best ronkte de kop van het artikel in een recente editie van MH, het maandblad van deze uitgever. 



Ik citeer even de site van de onderzoeker. Dan weten we met wie we van doen hebben: Misset Horeca is dé multimediale informatiebron voor ondernemers en managers in de horeca.

Die tweede plek in de Café Top 100 wenst zich iedere ondernemer. Maar zij die zich niet voor € 119,- bij Misset Horeca inkopen om aan deze verkiezing te mogen deelnemen worden daarvan buitengesloten. Objectiviteit en onafhankelijkheid, dat zijn de stevige pijlers van deugdelijk en betrouwbaar onderzoek. En zeker geen slordige bijdrage van € 119,-. Daarmee maakt dé multimediale informatiebron al haar publicaties dubieus.

Goed.

Mooie, lovende woorden over De Pintelier. We zullen het beleven.

Mijn geliefde en ik zochten in augustus een plekje in de namiddagzon op het terras van De Uurwerker. Het was er overvol. Ja, dat wil wel, op zo’n uur en op zo’n plek. Aan de overkant van het pleintje waren nog enkele stoelen beschikbaar. De terrassen lopen er ongemerkt in elkaar over. Aldus belandden we bij De Pintelier. Het beloofde een gezellig uurtje te worden.

Al snel was hij daar, de vriendelijk ogende ober. We deden onze bestelling: een malt en een grote Weizener. Knikkend naar de derde stoel die we hadden bemachtigd gaven we de ober te kennen dat we deze voor onze dochter Ruth hadden klaargezet. Ze kon er ieder moment zijn.

Onze bestelling werd vlot geserveerd en zakelijk afgerond met de constatering: ‘Dat is dan € 7,90.’

Maar onze dochter gaat zo ook iets bestellen’, merkte ik op.

De ober was onverbiddelijk: ‘Meneer: € 7,90.’

‘Dan loop ik even mee naar binnen om te pinnen.’

Eenmaal daar zei ik dat het mijn goede gewoonte is altijd een een extraatje voor het personeel achter te laten, maar dat ik er hier, verbluft door het ontbreken aan flexibiliteit en gastheerschap, van af zag.

En daar zat ik weer, op dat terras, die mooie, lome dag.

Een dame en een heer, elk in een comfortabele, elektrische rolstoel zochten er hun ruimte. Ze positioneerden zich pal naast ons, op een plek waar zich geen tafeltje bevond. De door hun bestelde glaasjes rode wijn werden hen door mijn ober in de handen aangereikt evenals, wat later, hun tweede rondje. Van een financiële afwikkeling was op beide momenten zichtbaar geen sprake. Op rekening derhalve.

En daar was onze Ruth! En ook de ober.

‘Doe mij maar een Leffe Blond’.

Ook deze bestelling werd rap bezorgd. En alweer werd me gesommeerd deze onmiddellijk af te rekenen.Daar ging ik weer, richting pin. Een jongedame wachtte me daar al op: ‘U komt de Leffe Blond afrekenen?!’

Op mijn nieuwsgierige vraag aan de inmiddels irritante ober waarom ik per se meteen moest afrekenen en de overige gasten kennelijk niet, antwoordde hij dat we aan een tafeltje zaten waarop al een rekening van een andere gast was geopend. Administratief ingewikkeld. Daarop deelde ik hem mee dat het door hen gebruikte kassasysteem mij vertrouwd is. Dit biedt onuitputtelijke mogelijkheden. Je kunt rekeningen splitsen, een fictief tafelnummer creëren, een willekeurige barkruk aan een gast toewijzen en een rekening op naam of rolstoel zetten.

‘Is u zo dom dat u dit niet kunt?’ luidde geïrriteerd mijn retorische vraag.

‘Kennelijk,’ was zijn ongeloofwaardig antwoord. De wijze waarop de vier wijntjes van de twee rolstoelers in zijn systeem waren geadministreerd intrigeerde me, maar het ging me niet aan.

Het hinderlijk ongemak voor ons diende kennelijk het praktisch gemak van de bediening. Deze constatering ontnam me de lust daar nog langer te vertoeven. Ik besloot dat terras rap te verlaten om er nooit meer terug te keren.

De overkant, die is me zoveel liever.


zaterdag 10 december 2016

Peter van Straaten (2)





Gisteren vernam ik van de dood van Peter van Straaten.Onlangs ontving hij voor de vijfde keer de Inkpotprijs, de prijs voor de beste politieke tekening van het jaar. Naar zijn collega’s reageerde hij daar wat verontschuldigend op en wel met een tekening, waarmee hij stelde dat die zijn allerlaatste zou zijn. En dat zou blijken.

Van Straaten was een voyeur van de Nederlandse alledaagsheid. Met zwarte strepen en strakke lijnen wist hij met slechts een kroontjespen deze boeiend, vrolijk, verdrietig en vilein te verbeelden. Kunst en cultuur, de witte boorden en de obscure kanten van de zakenwereld, erotiek en porno, justitie en criminaliteit, oplichters en managers, de relatie man-vrouw en iedere variant daarop, het menselijk tekort en de saaie oppervlakkigheid van het leven, het kon allemaal niet op. Genadeloos en met subtiele humor wist Van Straaten deze te schetsen.


Vanaf 1993 word ik dagelijks plezierig geconfronteerd met zijn werk en wel door Peter’s Zeurkalender, die jaar in, jaar uit op de vensterbank van onze keuken ligt. Iedere dag een verrassing. Sommige met iets meer finesse dan de andere.Die koester ik en bewaar die dan ook.

Deze uit 2006 is misschien wel mijn liefste.


Een ontroerend adieu.



zondag 4 december 2016

Let's Gro



Let's Gro is een jaarlijks terugkerende manifestatie, waarbij politici, ambtenaren en burgers een dag of wat in informele sfeer debatteren en discussiëren over de toekomst van Stad, de naam waarmee de stad Groningen zich afficheert; informeel én officieel. De meest uiteenlopende onderwerpen passeren de revue. De duurzame stad, de fysieke en de digitale. Dat werk. De organisatie noemt het een Inspiratiefestival. Dan weten we waar het toe leidt.

De informatiebalie van Let’s Gro is ondergebracht op de hoek van de Grote Markt en de Poelestraat. In 2017 maakt dit plaats voor Merckt. Dit nieuwe hoekpand zal deel gaan uitmaken van de nieuwe oostelijke gevelwand van de Grote Markt. Stedenbouwkundig een interessant gegeven, want de rooilijn van die wand wordt vijftien meter ten opzichte van de huidige naar voren geschoven. Daarmee wordt de kadastrale situatie hersteld, zoals deze tot het eind van de Tweede Wereldoorlog bestond. De Grote Markt wordt met deze ingreep een wat intiemer plein.

Als een bok op de haverkist ziet de Gemeente Groningen toe op naleving van haar strikte regels met betrekking tot behoud en aanzien van haar historische binnenstad. Kleurgebruik bij schilderwerk aan panden heeft ze daarbij nauwkeurig omschreven. Zelf lapte ze haar eigen regelgeving achteloos aan de laars toen ze haar organisatie Let’s Gro de gelegenheid gaf hun hoofdkantoor in volle hoogte en breedte knalroze te laten spuiten.


Maar goed. Dit terzijde.

In strakke, witte belettering lezen we een zesregelige tekst. Geschreven door een van De Vijftigers, dan had deze tekst een gedicht geheten. Hoe dan ook, deze laat aan het onoverkomelijk lot van het pand aan duidelijkheid niets te wensen over.

Ik bracht er een kleine wijziging in aan:



Een vast metrum, alliteratie in staccato en de tekst betreft slechts Stad.















maandag 21 november 2016

De Ster


In de jaren ’70 kende Groningen Josje, een ogenschijnlijk onbeduidend café in de Peperstraat. In Rock ’n Roll Junkie van Jan Eilander (1994), een biografie over Herman Brood, duikelt het café steeds maar weer op. Het staat er centraal. Een intrigerende constante. Zo onbeduidend was dit koffiekroegje kennelijk niet. Nee, berucht blijkt een kwalificatie die Josje zo veel beter paste.

In 1980 nam Johnny Többen de exploitatie ervan over. Josje werd De Ster.
Vanuit de CPN, de Communistische Partij Nederland, had Johnny zich een jaar of wat daarvoor opgeworpen als stakingsleider tijdens de langdurige arbeidersonrust bij de Winschoter strokartonfabriek Okto. Sluiting dreigde. Met de naamgeving van zijn café verwees hij naar de communistisch-anarchistische symboliek: de rode, vijfpuntige ster. Een helder, onmiskenbaar en expliciet politiek statement. Hij wist De Weduwe van den Eelaart, een klein jenevermerk uit Schiedam, te strikken voor de neon-buitenreclame van zijn café. Het merk voerde een ster in zijn logo. Een witte weliswaar, maar toch: een ster.

De Ster werd een legendarisch café, een authentiek donker, wat sinister heavy metal instituut. Het afficheerde zich met de sterke slogan Hart voor Hard.
Een oppervlakte van ongeveer zestig vierkante meter, exclusief halletje en toiletten. Meer dan dit, dat was het niet. Het bier werd uitsluitend geserveerd in flesjes. De aanwezige tap was nergens op aangesloten. En ondanks de grote muzikale betekenis die het café voor metalheads heeft gespeeld, vond er nooit een live optreden plaats. De ruimte die dat vroeg, die was er simpelweg niet.

Medio 2010 zegde de pandeigenaar de overeenkomst met Többen op. Met een andere pachter kon hij er financieel aanzienlijk beter worden. Zo gaat dat. Kapitaal en Cultuur. Dat bijt. ‘Mijn levenswerk wordt me onder de kont weggetrapt, ‘ stelde Johnny. Een ferme constatering die hout sneed.

Drommen liefhebbers van snoeiharde, onversneden doom, gothic, metal en thrash wisten van heinde en verre het café iedere avond, iedere nacht maar al te goed te vinden. Johnny was er de baas. Hij was beeldbepalend. Dat wil wel als je een hele grote, dikke man bent die zijn broek slechts door krachtige bretels wist op te houden. Johnny was een man die een grote liefde aan de dag legde voor zijn Mieke, voor zijn wonderlijk café en voor zijn grommende, noisy en duivelse muziek.

Vaak was De Ster ons eindstation van een genoeglijke avond.

Met Johnny deelde ik een schoolverleden. Allerminst gehinderd door de voortdurende klerenherrie om ons heen haalden we in De Ster nogal eens herinneringen daar aan op, de zoete, maar vooral de kwalijke. Met die laatste heeft Johnny met een niet aflatend fanatisme recent afdoend korte metten weten te maken.

Dit terzijde.

Op 31 augustus 2010 was het definitief gedaan met het instituut Home of Metal History, een kwalificatie die De Ster toekwam. In het geroemde VERA, the club for the International Underground, werd op 10 september 2010 een afscheidsconcert gegeven, A Farewell to Café De Ster.


Bands die in het Groninger metal circuit er toe deden, bands met sprekende, maar beangstigende namen als Vortex, God Dethroned, Prostitude Disfugerement, Ministery of Terror, Damnator, Gheestenland, As it Burns en Department of Correction brachten het unieke café hun muzikale hommage. Het was een avond waarbij De Ster, en vooral Johnny Többen werd geëerd voor hetgeen hij en zijn café voor de Groninger muziekcultuur heeft betekend. Johnny besloot die avond met de nuchtere constatering: ‘Aan alles komt een eind.’

Dat zal blijken.

En dan. Verder zonder.

Dat ging Mieke en Johnny erg goed af. Ze genoten van het leven. Ze genoten van elkaar. Tijdens een terloops bezoek aan het mooie Dordrecht liep ik op 10 juni 2015 Johnny pardoes in de Voorstraat tegen het lijf. Zo gaat dat wanneer je hem ontmoet. Een dienstdoende postbode was zo goed ons met ons viertjes te portretteren. 
Toen al wist Johnny van zijn ellendige, onherroepelijke ziekte. Ondanks dit fatale perspectief nam hij het leven tot het laatst gelaten, maar met een dapper optimisme.

In het wat morbide affiche A Farewell to Café De Ster zie ik zijn jammerlijke dood verbeeld.

Johnny, een aimabel en markant marxist.

Tot in de kist.